zaterdag 7 november 2009

Een revolutionaire film uit 1953 !

Onlangs weer eens een van die weinige films opnieuw gezien waar je echt wat aan hebt, waarin de tijd lijkt stil te staan, of beter: waarin je hele leven even een concentratiepunt in een film lijkt te vinden, een van die films die je weer terugbrengt bij jezelf. De film heet Tokyo Story (Tokyo Monogatari) en is van Yasujiro Ozu, een van de grote Japanse klassieke regisseurs (met Kurosawa en Mizoguchi). Tokyo Story is een zwart-witfilm uit 1953, waarin bijna niets gebeurt, en die op een opvallend onspectaculaire manier gefilmd is. Ik stel me voor dat de film in de jaren ’50 al ‘ouderwets’ was. Het is geen film die je overdondert, die verbluft met z’n virtuoze makelij (stijl ‘Citzen Kane’ of ‘8 1/2’), en al zeker al geen film met een boodschap waar je onmiddellijk de staat optrekt om de revolutie uit te roepen. Meer zo’n film die je stilletjes voor zich inneemt, zonder dat je het merkt, en je erna niet meer verlaat; je kijkt voorgoed (een beetje) anders naar ‘het leven’. En dan mag je hem nog voor de zoveelste keer bekijken, en bepaalde stukken uit het hoofd kennen, hij blijft even boeiend. Omdat hij zo ‘juist’ oogt. Het verhaal is vlug verteld: een oud koppel besluit op hun oude dag hun kinderen en kleinkinderen nog eens te bezoeken in het verre Tokyo, maar die kinderen vinden het bezoek eigenlijk vervelend; alleen de nog jonge weduwe van hun in de oorlog gesneuvelde zoon bekommert zich om hen. Na thuiskomst overlijdt de vrouw, en moeten de kinderen terug naar het dorp waar ze vandaan komen voor de begrafenis. Ook daar verlaat hun egoïsme hen net, ondanks de tranen. Allen de jongste dochter maakt zich kwaad, maar wordt door de weduwe gevraagd om het te aanvaarden. Kortom, het gaat over ‘het leven’, dat is: wat niet in de kranten staat. En je weet aan het eind van de film precies wat voor iemand elk personage is – net als de ooms en tantes die je zelf kent, ook al zijn ze Japans en dragen ze soms van die ‘gekke’ Japanse kleren. Ook de stijl is erg eenvoudig. Het is in stijlvol zwart-wit gefilmd, zonder ‘artistiek’ over te komen. Het tempo is op het trage af – zodat je beter gaat opletten – met meestal statische opnames die hun tijd nemen om het verhaal te vertellen. Misschien moet je de film wel twee keer zien om hem te ‘begrijpen’, want je bent met het jachtige tempo van de ‘moderne cinema’ van vandaag niet meer gewoon zelf te kijken. En daarin ligt nog altijd het revolutionaire van de film – je kijkt weer naar een film, in plaats van je te laten kijken.

0 reacties: